Burgerschap
Over online gokken, reclame en wie de regels bepaalt
Online gokken is sinds 2021 legaal in Nederland. Wie achttien is, kan op zijn telefoon inzetten op een wedstrijd of een casinospel spelen, op elk moment van de dag. Een deel van de spelers raakt daarmee meer geld kwijt dan de bedoeling was.
In deze les onderzoek je hoe vier democratische basiswaarden zich tot elkaar verhouden bij online gokken:
Je rondt de les af als stagiair bij een marketingbureau: je adviseert je manager voor welke opdrachtgever het bureau een campagne over online gokken moet maken.
De les heeft zeven opdrachten. Klik op een opdracht om erheen te gaan.
Individueel
Vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en rechtsorde stappen de ring in. De strip laat zien waarom deze vier basiswaarden bij online gokken met elkaar botsen.
Klik op Start de strip. Elke zes seconden verschijnt het volgende plaatje. Met de knoppen onder de strip zet je hem stil, ga je terug of ga je sneller verder. Na plaatje 9 verschijnt de vraag.
Bekijk eerst de hele strip. Daarna verschijnt hier de vraag.
Jij bent de jury. Welke bokser mag van jou winnen? Geef een argument waarom.
Schrijf minimaal 15 woorden.
Individueel
Twee mensen in gesprek over online gokken. Een politica vindt dat de huidige wet verkeerd uitpakt: te veel mensen raken in de problemen. Iemand uit de gokbranche vindt juist dat de wet goed werkt, omdat aanbieders spelers moeten beschermen en het spel nu onder toezicht staat.
Debat over het legaliseren van online gokken · openen op YouTube
Was je het meer eens met de politica, die kritisch is op de regels rond online gokken, of met de vertegenwoordiger van de gokbranche? Leg uit waarom.
Schrijf minimaal 15 woorden.
Individueel
Je hebt het spel verlaten. De vraag onder het spel gaat pas open als je het spel uitspeelt, tot en met het eindshot. Tot dan is dit onderdeel niet af.
Hoe was het om in het spel steeds opnieuw door een gokbedrijf benaderd te worden? En in hoeverre ben je zelf verantwoordelijk als je door gokken in de schulden raakt? Leg uit waarom je dat vindt.
Schrijf minimaal 15 woorden.
Individueel
Hieronder staan vier onderzoeken naar online gokken. Zo weet je genoeg om later een afgewogen standpunt in te nemen. Open de onderzoeken en lees ze. Bij elk onderzoek staat een vraag met vier antwoorden. Kies er één. Sommige antwoorden kun je teruglezen in de tekst, bij andere moet je zelf nadenken over wat de cijfers betekenen.
Lees eerst goed: zodra je een antwoord aanklikt, ligt het vast. Heb je minder dan twee vragen goed, dan krijg je nog een open vraag.
Extra opdracht · telt niet mee
Het maakt uit wie iets zegt. Dezelfde cijfers krijgen een andere betekenis als je weet wie ze naar buiten brengt en waar die organisatie voor staat.
Kies één van de vier onderzoeken uit opdracht 4 hierboven. Onderaan het onderzoek staat wie het heeft gedaan. Zoek die organisatie op internet op en ga naar hun eigen website. Zoek daar op wie ze zijn en wat ze doen. Dat staat vaak onder een kopje als “Over ons” of “Wie wij zijn”.
aWelke organisatie heb je opgezocht, en wat doen ze?
bVind je dit een betrouwbare bron voor cijfers over gokken? Leg uit waarom je dat vindt.
Extra opdracht · telt niet mee
Zeggen wat je wilt, zelf gaan over je gegevens, en beschermd worden tegen schade: het zijn allemaal grondrechten. Ze gelden voor jou, voor de overheid en ook voor een gokbedrijf.
Hieronder staan vier artikelen uit de Grondwet die dit vraagstuk raken. Lees ze, en bepaal daarna welke twee er volgens jou het meest tegenover elkaar staan.
De Grondwet kent twee soorten grondrechten. Klassieke grondrechten beschermen je tegen de overheid: die mag zich niet zomaar bemoeien met wat je zegt of hoe je leeft, zoals in artikel 7 en 10. Sociale grondrechten zijn opdrachten aan de overheid: die moet zorgen voor bijvoorbeeld bestaanszekerheid en gezondheid, zoals in artikel 20 en 22.
Bij een klassiek grondrecht kun je naar de rechter als de overheid het schendt. Een sociaal grondrecht zegt vooral waar de overheid voor moet zorgen, maar niet precies hoe.
Alle vier de artikelen raken deze kwestie. Kies de twee die volgens jou het meest tegenover elkaar staan.
Schrijf op wat volgens het ene artikel mag en wat volgens het andere, en waarom die twee bij online gokken niet allebei volledig kunnen gelden.
Schrijf minimaal 15 woorden.
Samen als dat kan · je eigen keuze telt
Eeuwenlang werd er in Nederland gegokt, vooral met loten. Wie dat mocht organiseren, verschilde per stad en per tijd.
Steeds draait het om dezelfde vraag: wie mag gokken organiseren, en onder welke voorwaarden. Het antwoord daarop is een paar keer veranderd. Hieronder staan vier van die momenten. Lees per gebeurtenis wat er veranderde en klik het jaartal aan dat je het meest waarschijnlijk vindt. Elk jaartal hoort bij precies één gebeurtenis. Een jaartal dat je al ergens hebt gekozen, wordt lichter. Pas als alle vier de jaartallen goed staan, gaan de reflectievragen hieronder open.
Kies één van de vier gebeurtenissen, een waar je nieuwsgierig naar bent, en zoek online uit hoe het zover is gekomen dat dit veranderde. Beantwoord daarna de vragen hieronder. Je hebt er internet bij nodig.
aWie wilde deze verandering? Noem de persoon, groep, organisatie of politieke partij, en schrijf op waarom zij het wilden.
Schrijf minimaal 10 woorden.
bHoe kwam de nieuwe regel er? Beschrijf wat er gebeurde voordat hij inging, bijvoorbeeld een wetsvoorstel, een stemming in de Tweede Kamer of een besluit van de Staten-Generaal.
Schrijf minimaal 10 woorden.
Eerst samen bespreken · daarna zelf kiezen
Hieronder staan vier stellingen over online gokken. Elke stelling hoort bij een van de vier basiswaarden: vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit of rechtsorde. Geef elke stelling een cijfer van 1 tot en met 5: 1 als je het er helemaal niet mee eens bent, 5 als je het er helemaal mee eens bent. Er is geen goed antwoord, en hetzelfde cijfer mag vaker. Daarna zie je in een cirkeldiagram hoe jouw antwoorden over de basiswaarden verdeeld liggen: jouw burgerschapsprofiel. Tot slot kijk je naar de manier van kijken die bij jou het hoogst uitkwam, en naar die het laagst uitkwam.
Bespreek de stellingen eerst met elkaar. Kies daarna zelf.
Vul eerst alle stellingen in. Daarna staat hier welke manier van kijken bij jou het hoogst uitkwam.
Schrijf minimaal 10 woorden.
Vul eerst alle stellingen in. Daarna staat hier welke manier van kijken bij jou het laagst uitkwam.
Schrijf minimaal 10 woorden.
Elke stelling hoorde bij één basiswaarde. Onder elke stelling staat om welke het ging. Hoe hoger het cijfer dat je gaf, hoe groter die basiswaarde in je diagram.
Voor de ondernemer is het simpel: wie achttien is, mag stemmen, lenen en een contract tekenen, en dus ook zelf weten of hij vijf euro op een wedstrijd zet. Hij zoekt het in eerlijke informatie in plaats van in verbieden, want een verbod verplaatst gokken naar sites waar niemand meekijkt.
Belangrijke waarden: vrijheid, autonomie, zelf keuzes maken.
De activist vraagt wie de lasten draagt en wie eraan verdient. Jonge spelers hebben een vijfde van de gokaccounts en zijn een tiende van de bevolking. Wat zij verliezen, gaat naar de gokbedrijven en voor een deel naar de staat, die ook de regels maakt. Een boodschap als ‘speel bewust’ legt het probleem volgens hem bij de speler in plaats van bij hoe het geregeld is.
Belangrijke waarden: gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid, kritisch kijken naar het systeem.
De verbinder weet dat wie vastloopt met gokken, dat meestal alleen doet, op zijn telefoon, zonder dat iemand het ziet. Voor hem is de vraag wie schuld heeft minder belangrijk dan wat mensen voor elkaar kunnen doen: het opmerken, er iets van zeggen, weten waar hulp is.
Belangrijke waarden: solidariteit, verantwoordelijkheid voor elkaar, verbinding.
De bewaker vindt dat de belangrijkste regels er al zijn: je moet achttien zijn, er zit een grens aan wat je per maand kunt inleggen, en wie wil stoppen, kan zichzelf laten blokkeren. Hij zoekt het in controle of die regels worden nageleefd, met boetes van de toezichthouder als dat niet gebeurt.
Belangrijke waarden: duidelijke regels, betrouwbaarheid, stabiliteit.
Individueel
Je loopt stage bij een marketingbureau. Het bureau bedenkt campagnes voor klanten: de tekst, de beelden, en waar de campagne te zien is. Op tafel liggen vier aanvragen voor een campagne over online gokken.
Klik één opdrachtgever aan. Geld kan een reden zijn, maar ook wat je maatschappelijk belangrijk vindt, of de campagne waarvan jij denkt dat je er iets moois van kunt maken.
Het bureau kan maar één van de vier opdrachten aannemen. Vrijdag beslist je manager welke. Omdat jij de doelgroep kent, vraagt hij jou om een schriftelijk advies. Jij kiest voor de opdrachtgever die je in 7a hebt aangeklikt.
Schrijf je manager een zakelijke brief met jouw advies. Hieronder staat wat erin moet staan, en daaronder de richtlijnen voor een zakelijke brief.
Dit is een zakelijke brief. Die heeft een vaste vorm, en die vorm hoort erbij:
Schrijf minimaal 125 woorden. Dat is ongeveer drie korte alinea's: één per punt hierboven.
Klik op een opdracht om erheen te gaan. Wat af is, kleurt groen. Waar je mee bezig bent, heeft een gele rand.
Hier zie je welke opdrachten af zijn. Klik op een opdracht om er nog naartoe te gaan. Is alles af? Klik dan op "Opslaan als pdf" en lever die pdf in.
Vul je naam en klas in. Die komen bovenaan je pdf. Daarna kun je de pdf opslaan.
Je antwoorden worden automatisch bewaard in deze browser op dit apparaat. Ben je klaar? Klik op Opslaan als pdf, kies bij bestemming Opslaan als pdf en lever dat bestand in via Canvas. In die pdf staan je antwoorden bij elkaar, zonder de lesstof.